Top

Vitamine D: Zonlicht en je gezondheid

Een tekort aan vitamine D is een veelvoorkomend probleem. Er wordt geschat dat ongeveer 40 tot 100% van de mensen die wonen in Amerika en Europa een tekort hebben aan vitamine D. Dit percentage is in de zomer rond de 40-70% en in de winter maar liefst rond de 70-100%. Daarnaast is ook gezien dat mensen een 20% lagere gehalte vitamine D hebben dan 10 jaar geleden. De grootste bron (ongeveer 90%) van vitamine D is blootstelling aan zonlicht. De belangrijkste oorzaak van een tekort is dus onvoldoende blootstelling aan de zon. Dit kan twee verschillende oorzaken hebben:

 

  1. In de landen die vier seizoenen hebben (waaronder Nederland), is in de wintermaanden de zon niet sterk genoeg om voldoende vitamine D aan te maken.
  2. Door angst voor het krijgen van huidkanker wordt de zon in de zomer door veel mensen vermeden.

 

De combinatie van deze factoren is verantwoordelijk voor het hoge percentage mensen dat een tekort aan vitamine D heeft. Veel onderzoek toont aan dat een tekort aan vitamine D een negatief effect kan hebben op onze gezondheid. In dit artikel wordt uitgelegd wat vitamine D is, hoe wij vitamine D maken van zonlicht, wat de relatie is tussen vitamine D en onze gezondheid en wat een goede dagelijkse inname is.

 

 

Wat is vitamine D?

 

Vanzelfsprekend zijn we geneigd om vitamine D te zien als een vitamine – een stof die wij binnenkrijgen door onze voeding. Ondanks zijn naam is vitamine D niet echt een vitamine. Vitamine D is eigenlijk een prohormoon. Prohormonen zijn stoffen die het lichaam omzet in hormonen. Vitamine D wordt in het lichaam omgezet in het hormoon calcitriol.

 

 

Vitamine D & gezondheid

 

Vitamine D is belangrijk voor het ontwikkelen en behouden van sterke botten. Dit komt omdat vitamine D helpt bij de opname van de mineralen die nodig zijn voor sterke botten (calcium en fosfor). Hoewel de relatie tussen sterke botten en vitamine D al vele jaren bekend is, tonen veel onderzoeken aan dat vitamine D meer doet voor onze gezondheid dan alleen het stimuleren van de calciumopname. Vitamine D helpt bij verschillende functies in het lichaam. Enkele van deze functies zijn:

 

  • Het beschermen tegen osteoporose
  • Het beschermen tegen kanker
  • Het beschermen tegen hart- en vaatziekten
  • Het versterken van het immuunsysteem

 

Daarnaast hebben veel studies aangetoond dat een tekort aan vitamine D gelinkt is aan verschillende aandoeningen zoals: kanker, astma, diabetes type 1 & 2, hoge bloeddruk, depressie, multiple sclerose (MS) en de ziekte van Crohn.

 

 

In de laatste jaren is er veel onderzoek gedaan naar vitamine D en onze gezondheid. Elk jaar komt er steeds meer bewijs over de voordelen van een optimaal gehalte van vitamine D in het bloed. Vorig jaar alleen waren er al 2.000 studies uitgevoerd. Het is natuurlijk niet mogelijk om alles hier te beschrijven. Hieronder staat wel beschreven hoe vitamine D beschermt tegen bepaalde ziektes en wat de resultaten zijn van enkele studies op dit gebied:

 

 

  1. Osteoporose

 

Osteoporose is een aandoening waarbij de botten steeds brozer worden. Dit is een veelvoorkomend probleem onder ouderen (met name vrouwen). Ongeveer 33% van de vrouwen tussen de 60 en 70 jaar leidt aan deze aandoening. De link tussen een tekort aan vitamine D en osteoporose is al een ruime tijd bekend, omdat vitamine D een belangrijke rol speelt bij de opname van calcium in de darm. Zonder vitamine D wordt er maar ongeveer 15% van het calcium die wij innemen opgenomen. Dit heeft als gevolg dat de botdichtheid van onze botten kan afnemen, wat uiteindelijk kan lijden tot een verhoogde kans op botbreuken. Onderzoek laat zien dat vitamine D hiertegen bescherming kan bieden.

 

 

In een 3 jaar durende Franse studie onder 3270 oudere vrouwen is gezien dat een supplement met 800 IU (eenheden) vitamine D per dag de kans op heup en alle niet-wervelfracturen verminderde met 32% (1). Daarnaast liet een analyse van 12 studies met totaal 10.114 deelnemers zien dat suppletie met 700-800 IU/dag het risico op een gebroken heup met 26% verminderde (2).

 

 

 

  1. Kanker

 

Calcitriol is een van de meest krachtige hormonen voor het reguleren van de groei van de cellen. Verschillende studies hebben laten zien dat calcitriol een rol speelt bij het reguleren van de celdeling bij vele normale- en kankercellen, waaronder de cellen in de borst, prostaat en darm. Hierom zijn er al veel studies uitgevoerd die hebben gekeken naar de relatie tussen zonlicht en vitamine D en het krijgen van kanker.

 

 

  • Darmkanker

 

In een studie gedaan in 2006 werd een associatie gezien tussen de hoeveelheid vitamine D in het bloed en het risico op darmkanker. De deelnemers werden in vijf groepen verdeeld op basis van hun vitamine D waarde (15, 40, 55, 68, 93 & 115 nmol/l) (3). De onderzoekers zagen dat het risico op het krijgen van darmkanker kleiner was wanneer hun vitamine D waarde hoger was (zie afbeelding).

 

Grafiek 1. De relatie tussen het vitamine D gehalte in het bloed en het risico op het krijgen van darmkanker.

 

 

  • Prostaatkanker

 

Een studie gepubliceerd in de Lancet in 2001 concludeert dat zonlicht beschermend kan werken tegen prostaatkanker. De studie verdeelde de deelnemers in vier groepen op basis van de hoeveelheid zonlicht (in verschillende delen in Amerika) zij gemiddeld aan waren blootgesteld in hun leven. De groep met de minste blootstelling hadden drie keer meer kans op het krijgen van prostaatkanker in vergelijking met de groep met de meeste blootstelling aan zonlicht (4).

 

 

Daarnaast is in een andere studie waarin deelnemers 2.000 IU vitamine D per dag kregen een 50% afname gezien in de toename van het prostaat specifiek antigeen (PSA), wat een indicatie is van de groei van prostaatkanker (5).

 

 

  • Borstkanker

 

In een studie gedaan in 2007 is gekeken naar de vitamine D waarde in het bloed en het risico op het krijgen van borstkanker. De mensen die een waarde hadden van 52 ng/ml hadden een 50% mindere kans op het krijgen van borstkanker dan de mensen met een waarde van 13 ng/ml (6).

 

 

In mei 1999 waren de resultaten van het National Health and Nutrition Examination Survey gepubliceerd. Over een periode van 20 jaar waren meer dan 8.000 vrouwen gevolgd. De studie keek naar de hoeveelheid blootstelling aan zonlicht en het ontwikkelen van borstkanker. De studie concludeert dat een hoge blootstelling aan zonlicht de kans op het krijgen van borstkanker met 25-65% verminderde. De studie keek naar de totale tijd die de vrouwen buiten doorbrachten en de sterkte van de zon in het betreffende gebied (7).

 

 

Een andere studie gepubliceerd in 2007 in het Cancer Epidemiology, Biomarker & Prevention keek naar het verschil tussen vrouwen die wel en vrouwen die geen borstkanker ontwikkelden tijdens een bepaalde periode. De onderzoekers zagen dat de mensen die borstkanker ontwikkelden minder activiteiten buiten deden, minder dagen per week buiten doorbrachten, vaker hun lichaamsdelen bedekt hadden en minder voedingsmiddelen rijk aan vitamine D consumeerden. De studie concludeerde dat blootstelling aan zonlicht (met name tussen de leeftijd 10-19 jaar) het risico kan verlagen om op latere leeftijd borstkanker te krijgen (8).

 

 

  1. Hart- en vaatziekten

 

Veel onderzoek heeft aangetoond dat mensen met een tekort aan vitamine D een verhoogde kans hebben op het krijgen van hart- en vaatziekten (waaronder hypertensie, hartfalen en ischemische hartziekten) en het overlijden hieraan.

 

 

In een studie gepubliceerd in het Journal of the American Medical Association in 2008 is gezien dat een vitamine D gehalte van 30 nmol/l de kans verhoogde op het overlijden aan hart- en vaatziekten met 82% in vergelijking met een gehalte van 70 nmol/l (9).

 

 

In een andere studie gepubliceerd in het British Medical Journal kregen bijna 2.700 ouderen een supplement met 500 IU vitamine D per dag gedurende 5 jaar. Aan het eind van de studie zagen de onderzoekers dat de mensen die het supplement namen een 16% lager risico hadden op het overlijden aan hart- en vaatziekten. (10).

 

 

  1. Diabetes type 1

 

Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte waarbij de beta cellen van de alvleesklier door het eigen immuunsysteem worden aangevallen. Deze beta cellen zijn verantwoordelijk voor het maken van insuline. Na 5-10 jaar na het begin van de ziekte zijn deze cellen vernietigd en kan er geen insuline meer gemaakt worden. Finland is het land met de hoogste prevalentie met mensen die leiden aan diabetes type 1. In het noorden van het land is in de maand december maar twee uur zonlicht op een dag.

 

 

Een van de meest bekendste studie in relatie tot vitamine D en diabetes type 1 is in Finland uitgevoerd. De studie volgende 12.000 baby’s geboren in 1966 voor 31 jaar. De baby’s die in hun eerste jaar 2.000 IU vitamine D per dag kregen, hadden een 80% verlaagd risico op het krijgen van diabetes type 1 (11).

 

 

Daarnaast is ook gezien dat de prevalentie van diabetes type 1 minder vaak voorkomt in landen met een zonnig klimaat. Diabetes type 1 is zeldzamer in landen die dichter bij de evenaar liggen (12).

 

 

 

 

  1. Multiple Sclerose (MS)

 

Multiple sclerose (MS) is een chronische aandoening van het centrale zenuwstelsel. Bij MS gaat het isolerende laagje rondom de zenuwbanen (de myelineschede) langzaam stuk. Daardoor kunnen de zenuwprikkels niet meer goed geleid worden door de zenuwbanen. Dit kan resulteren in verlammingsverschijnselen.

 

 

Veel studies hebben aangetoond dat vitamine D het risico op MS kan verminderen. Het is nog niet bekend hoe vitamine D dit doet, maar er wordt gedacht dat een tekort aan vitamine D in het begin van het leven voorkomt dat de thymus cellen doodt die het zenuwstelsel aanvallen.

 

 

Resultaten van twee verschillende studies waarbij totaal meer dan 180.000 vrouwen waren gevolgd voor 20 jaar op hun vitamine D inname, werd gezien dat een supplement met 400 IU vitamine D per dag, het risico op het krijgen van MS verminderde met 40%. (13). Daarnaast is ook een associatie gezien tussen hogere vitamine D waarden en een lager risico op MS. Een toename van 50-nmol/l in het serum vitamine D verminderde de kans op het krijgen van MS met 41%. (14)

 

 

 

Vitamine D & de zon

 

Blootstelling aan zonlicht is de belangrijkste bron van vitamine D. Ongeveer 90% van de vitamine D die wij binnen krijgen komt hier vandaan. Voordat we vitamine D kunnen gebruiken in het lichaam moet het een aantal stappen ondergaan:

 

  1. Een molecuul in de cel van de huid (provitamine D3) absorbeert de ultraviolet B portie van het zonlicht en maakt hiermee previtamine D3.
  2. Previtamine D3 wordt omgezet in vitamine D en gaat richting de lever.
  3. De lever zet vervolgens vitamine D om in 25-vitamin D.
  4. Verschillende organen en klieren zetten de 25-vitamine D om in de actieve vorm: 1,25-vitamine D, ook wel calcitriol genoemd (zie afbeelding).

 

 

 

 

Er zijn een aantal verschillen tussen vitamine D gemaakt door blootstelling aan zonlicht en vitamine D van voeding of een supplement. Vitamine D van de zon biedt extra voordelen in vergelijking tot het nemen van een supplement:

 

  1. Vitamine D door blootstelling aan zonlicht blijft langer in het lichaam. Vitamine D gemaakt door de huid blijft minimaal twee keer zo lang in het bloed als vitamine D uit voeding of een supplement. Vitamine D van de zon heeft een halveringstijd van ongeveer 2 maanden, in vergelijking tot ongeveer 3-4 weken bij het innemen van een supplement.

 

  1. Zonlicht zorgt naast de aanmaak van vitamine D ook voor de aanmaak van andere stoffen. Wanneer je je lichaam blootstelt aan zonlicht maakt je lichaam niet alleen vitamine D, maar ook 5 tot 10 andere photoproducts die je niet kan krijgen van voedingsbronnen of van een supplement. De effecten van deze stoffen kunnen mogelijk positieve effecten hebben op onze gezondheid.    

 

  1. Vitamine D door blootstelling aan zonlicht heeft geen toxiciteit. Hoewel het natuurlijk geen slim plan is om de hele dag in de zon te liggen, heeft het lichaam goede mechanismen ontworpen om een overtollig aantal vitamine D af te scheiden naar verschillende bijproducten. Dit maakt het onmogelijk om te veel vitamine D binnen te krijgen van de zon.

 

  1. Het is gratis. Een ander niet verwaarloosbaar voordeel is dat vitamine D gemaakt door blootstelling aan zonlicht geheel gratis is.

 

 

Hoeveel blootstelling?

 

Net als te veel eten en sporten, kan te veel zon ook risico’s met zich meebrengen. Te veel blootstelling aan de zon kan gevaarlijk zijn, omdat dit het risico op huidkanker kan vergroten. Daarnaast is het ook niet nodig om langdurig in de zon te liggen om voldoende vitamine D aan te maken, omdat de aanmaak wordt stopgezet nadat het lichaam voldoende heeft. De vraag is hoeveel tijd in de zon is voldoende en ook veilig? Dit is afhankelijk van verschillende factoren:

 

  • De sterkte van de zon: Wanneer de zon op zijn sterkst is, kan je lichaam de meeste vitamine D aanmaken. Dit is tussen 1 en 3 uur in de middag en in landen dichter bij de evenaar.
  • De hoeveelheid huid dat wordt blootgesteld: Hoe groter het oppervlak dat je blootstelt aan de zon hoe meer vitamine D je lichaam kan maken.
  • Leeftijd: Hoe ouder je bent hoe moeilijker het is voor je lichaam om vitamine D te maken. Iemand van 70 jaar heeft maar een kwart van de capaciteit om vitamine D te maken dan iemand van 20 jaar. Dit komt doordat oudere mensen minder 7-dehydrocholesterol hebben in hun huid. 7-dehydrocholesterol is het molecuul dat de UVB-straling in de huid opneemt.
  • Zonnebrand: Zonnebrand met een factor 8 absorbeert 90% van de UVB straling en verminderd de aanmaak van vitamine D met 90%. Bij factor 30 is dit maar liefst 99%.
  • Type huid: Mensen met een donkere huid kunnen moeilijker vitamine D aanmaken door blootstelling aan zonlicht. Dit komt omdat pigment in de huid werkt als een natuurlijke zonnebrand (melanine in de huid neemt het UVB zonlicht op). Globaal gezien hebben mensen met een donkere huid twee keer zoveel blootstelling aan de zon nodig dan iemand met een lichte huid.
  • Overgewicht: Mensen met een hoger vetpercentage hebben meer moeite met het verhogen van hun vitamine D waarde. Dit komt doordat vitamine D vast blijft zitten in de vetcel, wat ervoor zorgt dat deze niet gebruikt kan worden.

 

 

Door de bovenstaande factoren is het lastig om een duidelijke aanbeveling te geven. Een goede richtlijn is wel om op een dag nooit meer tijd in de zon doorbrengen dan dat je huid de volgende dag licht roze is. Dit wordt ook wel een 1 MED (minimale erytheem dosis) genoemd. Een veilige manier om te zonnen is om een kwart tot de helft van de deze 1 MED door te brengen in de zon.

 

 

Bijvoorbeeld: je bent op vakantie in een warm land en je spendeert 40 minuten in de zon en je huid is de volgende dag licht roze. Dan is een goede richtlijn voor de volgende dag om 10 tot 20 minuten in de zon door te brengen. Dit zorgt ervoor dat je lichaam ongeveer 7500 tot 10.000 IU vitamine D maakt. Wanneer deze tijd voorbij is, is de beste manier om je huid te beschermen door uit de zon te gaan of door je huid te bedekken met kleding. Het gebruik maken van zonnebrand kan ook, maar het is niet consistent bewezen dat dit beschermd tegen alle soorten huidkanker.

 

 

 

Voeding en suppletie

 

In Nederland is het in de maanden tussen november en maart niet mogelijk om (voldoende) vitamine D aan te maken. Dit komt omdat de zon in deze periode niet sterk genoeg is. Doordat 90% van de vitamine D van zonlicht en 10% van voeding komt, kan het belangrijk zijn om in de wintermaanden je voedingspatroon aan te vullen met een supplement.

 

 

 

Aanbevelingen van vitamine D

 

Bijna elke organisatie betrokken bij voorlichtingen over vitamine D geeft een andere aanbeveling. Waarom zijn deze aanbevelingen zo verschillend? Dit komt omdat sommige onderzoekers geloven dat er nog niet voldoende bewijs is om hogere doseringen aan te bevelen. En aan de andere kant zijn er onderzoekers die zeggen dat er voldoende bewijs is dat de huidige aanbevelingen niet voldoende zijn en dat voor een optimale gezondheid een hogere inname nodig is. In de onderstaande tabel staan enkele aanbevelingen van overheden of organisaties die veel betrokken zijn bij onderzoek over vitamine D.

 

 

 

Land van aanbeveling Nederland Amerika Amerika Amerika
Organisatie Voedingscentrum (overheid) Food and Nutrition Board (overheid) Endocrine Society Vitamine D council
Kinderen 1-3 jaar 400 IU/dag 400 IU/dag 400-1000 IU/dag 1000 IU/dag
Kinderen 4-18 jaar 400 IU/dag 600 IU/dag 600-1000 IU/dag 1000 IU/per 13kg/dag
Volwassenen 19-69 jaar 400 IU/dag 600 IU/dag 1500-2000 IU/dag 5000 IU/dag
Ouderen (70+) 800 IU/dag 800 IU/dag 1500-2000 IU/dag 5000 IU/dag

Tabel 1. Aanbevelingen optimale dagelijkse vitamine D inname van verschillende organisaties en overheden. (Bron: Vitamin D council: Your guide to understanding vitamin D)

 

 

Nieuwe richtlijnen moeten natuurlijk worden gebaseerd op goed onderzoek. Het onderzoek doen naar de effecten van vitamine D op onze gezondheid kost veel tijd en geld. Het meeste onderzoek dat tot nu toe gedaan is, is gedaan aan de hand van cohortonderzoeken. In cohortonderzoeken worden groepen mensen voor een lange tijd gevolgd op gedrag en gezondheid. Aan het eind van de periode wordt gekeken of een bepaald gedrag (bijv. blootstelling aan zonlicht) een verminderde kans geeft op een bepaalde aandoening (bijv. borstkanker). Dit soort onderzoek is niet geheel betrouwbaar, omdat vele factoren een rol kunnen spelen.

 

 

Een beter onderzoeksopzet zijn de randomised control trials (RCT’s). In een RCT worden de deelnemers random in twee groepen verdeeld: één groep krijgt een interventie (een vitamine D supplement) en de andere groep krijgt een placebo (een niet werkende stof). Aan het eind van de periode wordt gekeken wat het verschil is tussen de groepen en als er een verschil is kan dit met meer betrouwbaarheid worden toegeschreven aan het supplement (omdat dit het enige verschil was tussen de groepen).

 

 

Er zijn momenteel 3 grote randomised control trials bezig die kijken naar het effect van vitamine D op verschillende aandoeningen (kanker, hart – en vaatziekten & diabetes). Wanneer de resultaten van deze onderzoeken aantonen dat een hogere dosis vitamine D een positief effect kan hebben op onze gezondheid, kan worden verwacht dat de huidige aanbevelingen naar boven worden aangepast.

 

 

 

Naam Land Deelnemers Hoeveelheid vitamine D Uitkomsten Jaar van resultaten
VITAL Amerika 20.000 2.000 IU/dag Kanker en hart – en vaatziekten 2017
FIND Finland 18.000 1.600 IU of 3.200 IU/dag Kanker, hart – en vaatziekten & diabetes 2020
VIDAL UK 20.000 60.000 IU/maand Levensverlenging 2020

Tabel 2. Lopende onderzoeken naar de effecten van vitamine D suppletie op de gezondheid. (bron: Vitamin D council: Your guide to understanding vitamin D)

 

 

 

Optimale inname & vitamine D waarden

 

 

De meest effectieve meting van het gehalte vitamine D in het lichaam is het meten van de 25(OH)D waarde. Deze waarde wordt in Amerika gemeten in ng/ml en in de meeste andere landen (waaronder Nederland) in nmol/l. Wanneer je aan je dokter vraagt om een vitamine D test, zal dit een 25(OH)D test zijn in nmol/l.

 

 

Aan de hand van het onderzoek dat tot nu toe gedaan is over vitamine D kan er een richtlijn worden gegeven voor een optimale vitamine D waarde. De optimale hoeveelheid ligt rond de 100 nmol/l (40 ng/ml). Om deze waarde gedurende het jaar te handhaven is een inname van ongeveer 2.000 IU/dag nodig.

 

 

Dr. Michael F. Holick de autoriteit op het gebied van vitamine D, geeft in zijn boek The vitamin D solutionaan zelf dagelijks 2700 IU te nemen. Daarnaast beveelt hij aan dat als er een vitamine D te kort is vastgesteld door je dokter, dat een inname van rond de 6000 IU per dag voor 2-3 maanden nodig is om je vitamine D gehalte weer boven de 80 nmol/l te krijgen.

 

 

 

Vitamine D status 25(OH)D waarde (nmol/l) 25(OH)D waarde (ng/ml)
Deficiënt < 50 < 20
Insufficiënt 50 – < 80 20 – < 32
Sufficiënt 80 – 250 32 – 100
Te veel > 250 > 100
Intoxicatie > 325 > 150

Tabel 3. Optimale waarden van vitamine D in het lichaam. Bron: Pludowski P, Holick M.F, Grant W.B, Konstantynowicz J, Mascarenhas M.R, Haq A. Vitamin D supplementation guidelines. J Steroid Biochem Mol Biol. 2018 Jan;175:125-135.

 

 

Doordat vitamine D een vetoplosbare vitamine is, is het mogelijk om te veel binnen te krijgen. Dit komt omdat vetoplosbare vitamines worden opgeslagen in het lichaam. De bovengrens aangetoond als veilig is 10.000 IU per dag. Het innemen van meer vitamine D zou kunnen leiden tot een vitamine D vergiftiging. Dit kan leiden tot een conditie genaamd hypercalciëmie (hoge hoeveelheden calcium in het bloed). Symptomen kunnen o.a. zijn: je ziek voelen of ziek zijn, verlies van eetlust, dorstig, veel urineren, constipatie, spierzwakte en vermoeidheid.

 

 

Kortom:

 

Een tekort aan vitamine D is een veelvoorkomend probleem door de afwezigheid of het vermijden van de zon. Voldoende vitamine D kan bescherming bieden tegen verschillende ziektes (o.a. osteoporose, kanker, hart – en vaatziekten). Doordat 90% van de vitamine D van de zon komt, is blootstelling aan zonlicht essentieel om voldoende vitamine D in het bloed te behouden. De hoeveelheid blootstelling is afhankelijk van vele factoren. Een goede richtlijn is om dagelijks de helft van de tijd te nemen dat ervoor zorgt dat je huid de volgende dag licht roze is.

 

 

In landen zoals Nederland is het niet mogelijk om van november t/m maart (voldoende) vitamine D aan te maken. Hierom is het verstandig om in deze maanden een supplement in te nemen. Om een waarde van 80 nmol/l waarde te behouden is een dagelijkse dosis van 2.000 IU nodig. Waarschijnlijk zijn de huidige richtlijnen te laag om een optimale gezondheid te behouden. Nieuw onderzoek is onderweg om dit te bevestigen.

 

 

 

 

 

 

 

Bronnenlijst

 

 

 

  1. Chapuy MC, Arlot ME, Delmas PD, Meunier PJ. Effect of calcium and cholecalciferol treatment for three years on hip fractures in elderly women. 1994;308:1081–1082.
  2. Bischoff-Ferrari HA, Willett WC, Wong JB, Giovannucci E, Dietrich T, Dawson-Hughes B. Fracture prevention with vitamin D supplementation: a meta-analysis of randomized controlled trials. 2005;293:2257–2264. doi: 10.1001/jama.293.18.2257
  3. Gorham E.D, Garland F.C, Garland F.C, Grant W.B, Mohr S.B, Lipkin M. Optimal Vitamin D Status For Colorectal Cancer Prevention: A Quantitative Meta Analysis. Am J Prev Med. 2007 Mar;32(3):210-6.
  4. Luscombe C.J, Fryer A.A, French M.E, Liu S, Saxby M.F, Jones P.W. Exposure to ultraviolet radiation: association with susceptibility and age at presentation with prostate cancer. Lancet. 2001 Aug 25;358(9282):641-2.
  5. Khan M.A, Partin A.W. Vitamin D for the Management of Prostate Cancer. Rev Urol. 2004 Spring; 6(2): 95–97.
  6. Garland C.F, Gorham E.D, Mohr S.B, Grant W.B, Giovannucci E.L, Lipkin M. Vitamin D and prevention of breast cancer: pooled analysis. J Steroid Biochem Mol Biol. 2007 Mar;103(3-5):708-11.
  7. John E.M, Schwartz G.G, Dreon D.M, Koo J. Vitamin D and breast cancer risk: The NHANES I epidemiologic follow-up study, 1971-1975 to 1992. National Health and Nutrition Examination Survey. Cancer Epidemiology, Biomarkers and prevention 1999;8:399-406.
  8. Knight J.A, Lesosky M, Barnett H, Raboud J.M, Vieth R. Vitamin D and Reduced Risk of Breast Cancer: A Population-Based Case-Control Study. Cancer Epidemiol Biomarkers Prev. 2007 Mar;16(3):422-9.
  9. Dobnig H, Pilz S, Schamagi H, Renner W, Seelhorst U, Wellnitz B. Independent association of low serum 25-hydroxyvitamin d and 1,25-dihydroxyvitamin d levels with all-cause and cardiovascular mortality. Arch Intern Med. 2008 Jun 23;168(12):1340-9.
  10. Trivedi D.P, Doll R, Khaw K.T. Effect of four monthly oral vitamin D3 (cholecalciferol) supplementation on fractures and mortality in men and women living in the community: randomised double blind controlled trial. BMJ. 2003 Mar 1; 326(7387): 469.
  11. Zipitis C.S, Akobeng A.K. Vitamin D supplementation in early childhood and risk of type 1 diabetes: a systematic review and meta-analysis. Arch Dis Child. 2008 Jun;93(6):512-7.
  12. Mohr S.B, Garland C.F, Gorham E.D, Garland F.C. The association between ultraviolet B irradiance, vitamin D status and incidence rates of type 1 diabetes in 51 regions worldwide. Diabetologia. 2008 Aug;51(8):1391-8.
  13. Munger K.L, Zhang S.M, O’Reilly E, Hernán M.A, Olek M.J, Willet W.C. Vitamin D intake and incidence of multiple sclerosis. Neurology. 2004 Jan 13;62(1):60-5.
  14. Munger K.L, Levin L.I, Hollis B.W, Howard N.S, Ascherio A. Serum 25-hydroxyvitamin D levels and risk of multiple sclerosis. JAMA. 2006 Dec 20;296(23):2832-8.
  15. Vitamin D Council. Your guide to understanding vitamin D. 2013. Ontleend aan: https://www.vitamindcouncil.org/wp-content/uploads/2013/11/VDC_Final_Final_nobleeds.pdf
  16. Pludowski P, Holick M.F, Grant W.B, Konstantynowicz J, Mascarenhas M.R, Haq A. Vitamin D supplementation guidelines. J Steroid Biochem Mol Biol. 2018 Jan;175:125-135.
Share
Niels Hoekman

[email protected]

No Comments

Post a Comment

Vitamine D: Zonlicht en je gezondheid